Blikvernauwing, of hoe streng je kunt zijn voor jezelf

Blikvernauwing, of hoe streng je kunt zijn voor jezelf

Wat me vaak opvalt – bij mezelf en bij anderen – is hoe streng we kunnen zijn voor onszelf. Hoe we vinden dat het nooit goed genoeg is. Dat het altijd beter kan. En vooral opvallend: hoe dat beeld, die gedachten in ons hoofd zo ontzettend *niet* reëel zijn of ook maar enigszins overeenkomen met hoe anderen ons zien. Al die gedachten vernauwen ons blikveld, waardoor we onszelf niet meer kunnen zien voor wat we zijn. Die vernauwde blik en het verschil tussen je eigen waarneming en die van anderen, wordt perfect geïllustreerd door onderstaand verhaal.

Het verhaal komt uit het boek ‘PAS OP voor de ezel en de beer‘. Ik heb de tekst en tekening gebruikt met toestemming van Aby Hartog.

Uitvinden

Ik ga een step uitvinden, zei de ezel tegen de beer.

Oh, zei de beer

Van stukken rubber maakte de ezel wielen. Hij timmerde een houten kist die hij op de wielen zette. Van stukken ijzer maakte hij een motor. Die motor zette hij op de wielen vast. Uit een boomstam maakte hij een stuur.

En toen was hij klaar.

De ezel stapte in de kist, startte de motor en reed weg.

Kijk, zei de ezel, hij doet het.

Mooi, zei de beer. Maar het is een auto. En géén step.

Oh, zei de ezel.

De ezel haalde de auto uit elkaar. En hij schroefde alles weer aan elkaar vast. Maar dan anders. Hij maakte van bladeren en touw twee vleugels. Die bond hij aan de zijkant van de kist vast. En toen was hij klaar.

De ezel stapte in de kist, startte de motor en vloog weg.

Kijk, zei de ezel, hij doet het.

Maar dat is een vliegtuig, zei de beer. Maar het is een auto. En dus geen step.

Oh, zei de ezel.

De ezel haalde het vliegtuig uit elkaar. Van de kist maakte hij een soort sigaar. De vleugels gooide hij weg. Hij prutste wat aan de motor. En toen was hij klaar.

De ezel stapte in de sigaar, startte de motor en vloog de lucht in, richting de maan.

Kijk!, riep de ezel, hij doet het!

Maar dat is een raket, zei de beer. Het is géén step.

De ezel keek sip. Nee, zei hij. Ook dit is geen step. En toen haalde de ezel alles weer uit elkaar.

Niets lukt me, dacht ezel.

Hij kan wél mooie dingen uitvinden, dacht de beer.